Interview met Roland Blonk "Voor de effectiviteit van re-integratie is bejegening bepalend"

Roland Blonk portret (foto: Michiel Bunjes)

Ruim 2 miljoen mensen vallen buiten het arbeidsproces of lopen het risico hun baan te verliezen. De maatschappij is dus gebaat bij een effectieve re-integratie. Roland Blonk, hoofdonderzoeker TNO en bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg houdt zich al geruime tijd met dit onderwerp bezig. Om meer zicht te krijgen op zijn ideeën interview ik hem in het fellows-huis op de Kloveniersburgwal in Amsterdam. Hier kan hij zich als NIAS/NSvP fellow vijf maanden lang concentreren op onderzoek en schrijfwerk. Centraal staat de vraag: Wat weten we eigenlijk over effectieve begeleiding van mensen naar de arbeidsmarkt? Bejegening is volgens hem een kernwoord.

Effectieve re-integratie

Roland Blonk wordt gedreven door de vraag wat effectieve re-integratie eigenlijk is en hoe de kwaliteit van het begeleidingsproces verhoogd kan worden. Hoewel werk kan bijdragen aan gezondheid is onderzoek naar effectieve begeleiding naar werk, vergeleken met onderzoek op het terrein van gezondheid, een onderbelicht onderzoeksgebied. Terwijl het maatschappelijk belang juist groot is. In de huidige coronacrisis lopen mensen met een flexibel arbeidscontract en zzp’ers een grote kans hun baan te verliezen, vooral in sectoren als de detailhandel, horeca, toerisme en cultuur. In de economische crisis van 2008-2013 verloren 47.000 mensen in de bouw hun werk. Het zijn steeds wisselende groepen die geraakt kunnen worden door fluctuaties op de arbeidsmarkt: de constante factor blijft steeds het belang van effectieve re-integratie. 

Instrumentele benadering

Maar er zijn veel verschillende interpretaties van effectieve re-integratie mogelijk. De discussie over de effectiviteit is volgens Roland Blonk in dit werkveld sterk gepolitiseerd. Doordat de gemeenten ook financieel verantwoordelijk zijn gemaakt voor participatie en re-integratie zijn economische afwegingen de boventoon gaan voeren. De effectiviteit wordt vertaald in de beoogde output: zo snel mogelijke uitstroom uit de uitkering. Die benadering heeft drie grote nadelen. Ten eerste worden economische doelen al gauw verward met de doelen van het begeleidingstraject. De potentiële toegevoegde waarde van het vinden van zinvol werk voor de kwaliteit van leven van de werkzoekende raakt daarbij uit beeld. Ten tweede zegt uitstroom als uitkomstmaat erg weinig over effectiviteit; uitstroom wordt door veel verschillende factoren bepaald en daardoor geeft het weinig inzicht in de kwaliteit van de begeleiding. Ten derde wekt outputsturing een instrumentele benadering in de hand. De focus komt te liggen op instrumenten die een snelle uitstroom mogelijk moeten maken, tegen zo laag mogelijke kosten. De aanname is dat met een bepaald protocol de gewenste uitstroom bereikt kan worden, dat het instrumentarium bepalend is voor de effectiviteit. Er is nauwelijks nog oog voor de rol van de professional.

Bejegening centraal

Roland Blonk wil hier een ander perspectief tegenover stellen. Volgens hem wordt effectiviteit net zo goed, of misschien wel vooral, bepaald door de kwaliteit en professionaliteit. En die zit in de inbedding die onder de inzet van instrumenten ligt: in de vraag hoe je met de cliënt omgaat. Blonk introduceert hiervoor het begrip 'bejegening'. Voor de effectiviteit van re-integratie is de bejegening van de cliënt bepalend. De werkzoekende moet uiteindelijk zelf de inspanning leveren om een baan te vinden, dat kan de professional niet voor hem of haar doen. Om tot een effectieve integratie te komen moet er dus gedragsbeïnvloeding plaatsvinden. Als het lukt de motivatie en de volharding in het zoeken van werk te vergroten neemt ook de kans op het vinden van werk toe.

Roland Blonk geeft in dit interview drie voorbeelden waarmee hij het belang van het begrip bejegening wil illustreren:

  • Gewogen maatwerk: een aanpak voor professionalisering die de waarden en gedragsprincipes in de begeleiding centraal stelt.
  • De Jobs training: een groepsgerichte aanpak die werkt vanuit een sfeer van veiligheid en vertrouwen om te kunnen volharden in het proces van zoeken naar en vinden van een nieuwe baan. 
  • De startmotor: een aanpak die aansluit bij behoeften van werkgevers om bij te dragen aan een meer inclusieve arbeidsmarkt.

Gewogen maatwerk

Sinds de jaren ’90 is in de publieke sector het New Public Management in opgang, dat outputsturing centraal stelt en veronderstelt dat marktwerking automatisch leidt tot kwaliteit. In verschillende gemeenten zoals de gemeente Den Haag en Amersfoort, startte Roland Blonk samen met TNO collega Sylvie Boermans gesprekken met groepen professionals en hun leidinggevenden om professionaliteit weer de ruimte te geven. Aan de hand van concrete ervaringen en casuïstiek werd er over de aanpak in het werk gesproken: wat beoog je? Welke gedragsprincipes staan centraal in je werk? Vanuit welke waarden en uitgangspunten werk je? Uit de gesprekken werd een aantal gedragsprincipes afgeleid, die volgens de professionals zelf bepalend waren voor een effectieve aanpak. 

Professionaliteit

Een voorbeeld van een gedragsprincipe was bijvoorbeeld: het doel van de cliënt is leidend. Dat is makkelijk gezegd en kan een holle frase zijn, net als “de klant centraal”. Maar als dat écht het uitgangspunt wordt van de begeleiding, en alle processen en systemen daaraan ondersteunend moeten zijn, dan zegt het ineens heel veel. Dan gaat het inderdaad om het vinden van een baan die vanuit het perspectief van de cliënt waardevol is - en niet om zo snel mogelijk uit de uitkering te gaan. Als er een duidelijk beeld is van waar naar toe gewerkt wordt en welke (sub)doelen centraal staan, kan ook de discussie over professioneel handelen beter gevoerd worden. Dan kom je vanzelf op een aanpak die uitgaat van maatwerk en komen ook relationele aspecten in beeld, die relevant zijn voor het werkzoekgedrag van de cliënt.

Integratief GedragsModel

Roland Blonk neemt in zijn begrip van professionaliteit het Integratief Gedrags Model als uitgangspunt. Dit model gaat ervan uit dat voor een succesvolle re-integratie motivatieprocessen cruciaal zijn. Het vinden van een baan vraagt heel veel: je hebt allerlei vaardigheden nodig, en je moet gemotiveerd te zijn om te investeren in baanzoek-activiteiten en dat langere tijd volhouden. Dat is lastig, want niemand vindt solliciteren leuk en na een paar afwijzingen kan de motivatie ver te zoeken zijn. Daarom is vertrouwen in eigen kunnen zo cruciaal. Zowel voor de professional als voor de werkzoekende is een re-integratie traject alleen een zinvolle exercitie als er vertrouwen is dat het vinden van een baan een reële mogelijkheid is. Alles dat kan helpen om volharding in dit proces te ondersteunen, belemmeringen te overwinnen, tegenslagen te doorstaan draagt bij aan de effectiviteit van de begeleiding. 

Jobs training

Een manier om het vertrouwen in eigen kunnen te ondersteunen is de JOBStraining. Deze werd in de jaren ’90 ingezet toen duizenden banen in Finland dreigden te verdwijnen. Finland was geheel georiënteerd op de economie van de Sovjet Unie en na het vallen van de muur zag Finland de vanzelfsprekende handel met de USSR wegvallen. Het leidde tot een werkloosheid oplopend tot wel 20% in verschillende regio´s. Het verlies van een baan leidde niet alleen tot economische gevolgen voor de getroffen personen, maar de inactiviteit leidde ook tot gevoelens van depressie. Met een kortdurend programma van 5 ochtenden kon de kans dat mensen een baan vonden met een factor 3 toenemen. De crux zit hem erin dat mensen hun twijfels en onzekerheden kunnen delen. Het perspectief van de een kan een hulp zijn voor de ander. Een oudere werkzoekende vertelt dat hij geen baan kan vinden omdat hij te oud is, een jongere zegt dat hij onvoldoende ervaring heeft. Dat leidt weer tot een ander perspectief op leeftijd bij de oudere werkzoekende. Dit leren van elkaar lukt alleen als er een sfeer van veiligheid is in de groep, waarin mensen durven te zeggen waar zij mee zitten. Bejegening is daarbij cruciaal.

Investeren in doorstroom van personeel

Tenslotte spelen aspecten van bejegening ook een rol in het contact met de werkgever. Een loonkostensubsidie is niet een instrument om een werkgever tot meer inclusief gedrag te bewegen. Ook hier zijn motivatie en attitude van de ondernemer van belang. Verschillende werkgevers staan wel open voor een meer inclusieve opstelling tegenover werkzoekenden, vooral als zij in eigen kring jongeren kennen die moeilijk aan het werk komen. Maar vaak weten zij niet hoe zij precies een bijdrage kunnen leveren. Het is belangrijk aan te sluiten bij de belangen en de waarden van de werkgever. Die heeft bijvoorbeeld belang bij goed opgeleid personeel. Als er in het lager opgeleide personeel meer wordt geïnvesteerd, kunnen die mensen doorstromen naar andere functies binnen of buiten het bedrijf. De vrijgekomen posities zijn mogelijk geschikt voor instroom van werkzoekenden. Wanneer er meer strategisch over de inzet van personeel wordt gedacht is er ook tijd om iemand uit de bijstand op te leiden voor de positie die op termijn vrij gaat komen. Dit uitgangspunt staat onder andere centraal in het project Startmotor in Rotterdam-Zuid.

Re-integratie is een vak

Menselijke emoties en gedragsprocessen zoals motivatie, volharding, omgaan met tegenslagen, zijn een onmiskenbaar onderdeel van het zoeken en vinden van werk. Professionaliteit en kwaliteit in de begeleiding kunnen alleen worden bereikt als er oog is voor de bejegening. Maar in een gemeente spelen ook economische belangen en bureaucratische processen die over controle gaan - daar zit een natuurlijk spanningsveld. Wat overeind moet blijven is dat het begeleiden van mensen naar werk een vak is: naast instrumenten is er een inbedding nodig in relationele processen. Bejegening speelt daarin een belangrijke rol. Bejegening is in principe een open begrip, welke bejegening bij welke cliënt op welk moment gewenst is, vraagt om een afweging van de professional. Het is een misverstand om eenvoudigweg te zeggen dat vertrouwen de basis moet zijn, dat wordt nu in de toeslagenaffaire al te makkelijk gezegd. Het gaat erom een vertrouwenwekkende omgeving te bieden, waarin een effectieve gedragsverandering mogelijk wordt. Dat zijn twee verschillende dingen.

Beluister de podcast op soundcloud: Sonia Sjollema (directeur NSvP) in gesprek met Roland Blonk.

 

Lees ook:

Thema's

Onderwerpen

Over NSvP

De NSvP is een onafhankelijke stichting en vermogensfonds, en zet zich in voor een menswaardige toekomst van werk. Wij ontwikkelen, delen en verspreiden kennis op het gebied van mens, werk en organisatie. We stellen de vraag hoe de arbeidsmarkt van morgen eruit ziet en wat dat vraagt van de talentontwikkeling van jongeren en werkenden. 

Rijnkade 88
6811 HD Arnhem
info@nsvp.nl
026 - 44 57 800

 

Vind ons op Facebook
Volg ons