De rol van technologie in werk en maatschappij

People foto digital

Nog niet zo lang geleden hield de arbeids- en organisatiepsychologie zich niet bezig met technologie. Andere onderwerpen zoals commitment, arbeidstevredenheid en werkstress waren belangrijker om te onderzoeken. Het afgelopen decennium is technologie echter van steeds groter belang geworden in het vakgebied. Aan de ene kant komt dit door de toename van digitalisering en dus de mogelijkheid voor organisatiepsychologen om op eenvoudige wijze data te verzamelen over menselijk gedrag in organisaties. Aan de andere kant is de invloed van technologie op ons dagelijks leven en op werk en organisaties enorm toegenomen. Technologie heeft een onmiskenbare rol gespeeld in de globalisering, en speelt ook een belangrijke rol bij andere grote uitdagingen van onze tijd: klimaatverandering en maatschappelijke ongelijkheid. Maar wat heeft de organisatiepsycholoog nu te zeggen over technologie en de rol van technologie in werk en maatschappij? De afgelopen tijd heeft NSvP diverse artikelen gepubliceerd over Artificiële Intelligentie, en in deze column zal ik dieper ingaan op de onderliggende visies op technologie. 

Wanneer we het debat rondom technologie nader beschouwen, is het ten eerste het taalgebruik opvallend. Termen als ‘social media’, ‘artificiële intelligentie’ en ‘smartphones’ hebben een specifieke lading, en het gebruik van de termen brengt een boodschap over aan de gebruiker. Begrippen als ‘social’, ‘intelligentie’, en ‘smart’ suggereren dat ze intrinsiek wenselijk zijn, dat we ze moeten gebruiken, zonder ons af te vragen of zij eigenlijk wel wenselijk zijn. Ze dragen een ideologische betekenis en projecteren dus een specifieke visie op mens, werk en maatschappij. In wetenschappelijke en opiniërende artikelen over technologie wordt dit echter nauwelijks beschreven. Het is daarom interessant en relevant om te onderzoeken wat de onderliggende visies op technologie zijn; ik richt mij als psycholoog op de psychologische aspecten van technologie, en meer specifiek op de fantasieën die bestaan ten aanzien van de rol van technologie in werk en maatschappij. Ik bespreek hier de vier meest fundamentele fantasieën. 

Fantasie #1: Robots maken mensen overbodig

De meest bediscussieerde fantasie met betrekking tot technologie is dat robots (en automatisering etc.) mensen overbodig maken op werk. Wanneer robots en technologie steeds meer werkzaamheden overnemen, zullen steeds meer en meer mensen hun baan verliezen, zo is de gedachte. Een bekend voorbeeld is de Belastingdienst, waarbij technologie steeds meer werk zou overnemen, en oudere werknemers een gunstige vertrekregeling werd aangeboden. De regeling was zo populair dat er nu personeelstekorten zijn. Kennelijk kan  technologie nog niet daadwerkelijk (grootschalig) werk overnemen van mensen. David Graeber (2018) beargumenteert dat juist het kapitalisme het vermogen heeft om eindeloos nieuwe banen te creëren, waaronder legio ‘bull-shit jobs’, oftewel banen die niet echt betekenisvol zijn, maar vooral gericht op het in stand houden van banen an sich. De toename van bureaucratie in neoliberaal kapitalisme lijkt weliswaar een paradox, maar de bureaucratie creëert juist een eindeloze vraag naar werk van in te vullen formulieren die moeten worden gecontroleerd, en waarbij de controleurs weer gecontroleerd moeten worden, et cetera. Hoewel sommige banen uiteraard verdwijnen als gevolg van technologie, is er geen sprake van enorme werkloosheid als gevolg hiervan. Het is echter de ideologische functie van de robot-vervangt-baan fantasie die interessant is. 

Robotisering is de externe indringer waarover individuen en overheden geen controle hebben

De filosoof Slavoj Žižek (1989, 2010) bespreekt de essentiële rol van de ‘externe indringer’ (external intruder) in het behoud en versterken van een ideologie van uitsluiting in een maatschappij. Zo worden tegenwoordig moslims en immigranten uit het Midden-Oosten en Afrika gezondebokt en uitgesloten van deelname aan de ‘Westerse maatschappij’. Robots en technologie krijgen dezelfde rol toebedeeld: de angst dat robots mensen zullen vervangen waardoor bestaanszekerheid op het spel komt te staan is een fantasie, net als de fantasie dat immigranten arbeidsplekken ‘inpikken’ en de ‘Westerse, liberale, manier van leven’ bedreigen. Het gaat er hier niet om of dit wel of niet waar is en werkelijk gebeurt, maar om de fantasie zèlf, en wat voor effecten die fantasie heeft op mensen. In tegenstelling tot immigratie (waarbij het sluiten van de grenzen de trend van deze tijd is), is er geen verzet mogelijk tegen robotisering en technologie. Robotisering is de soort externe indringer waarover individuen eigenlijk geen controle hebben - en zelfs overheden niet (zie bijvoorbeeld de moeilijkheden die overheden hebben met het reguleren van tech-multinationals zoals Facebook en Google).

In plaats van robots die steeds menselijker worden (en menselijke werktaken overnemen) worden juist de mensen niet steeds meer robotachtig?

Tegelijkertijd zorgt deze fantasie er voor dat mensen zich schikken, en zich maar proberen aan te passen aan de veranderingen die over hen worden uitgestort. Bovendien zorgt het ervoor dat we niet de vraag stellen die wellicht beter gesteld zou kunnen worden: is in plaats van robots die steeds menselijker worden (en menselijke taken overnemen op het werk) de kwestie niet omgekeerd, namelijk dat mensen steeds meer robotachtig worden? Het is niet de smartphone die ons leven binnendringt, maar het tegenovergestelde: wij infiltreren in de digitale wereld, waar wij een nieuwe weergave van onszelf creëren. Maar de prijs die we betalen voor een digitaal bestaan is de monotisering van ons leven: aan de ene kant reduceren we ons eigen leven tot een binair systeem van nullen en enen. Aan de andere kant is er de robotisering van ons werk: de bureaucratisering van werk ontdoet werk steeds meer van de intrinsieke betekenis die het zou kunnen hebben. Dus is de juiste vraag wellicht niet of robots werk overnemen en mensen werkloos maakt, maar hoe we ervoor kunnen zorgen dat werk daadwerkelijk betekenisvol blijft of wordt.

Fantasie #2: Technologie redt de mensheid

Wellicht de meest koppige fantasie is dat technologie uiteindelijk de mensheid zal redden. Technologie maakt het leven nu eenmaal gemakkelijker en zorgt ervoor dat we minder tijd hoeven te besteden aan alledaagse noodzakelijkheden (waarom nog koken als we eten kunnen bestellen via een app). Maar het gaat verder: de koppeling van technologie aan de belofte van groene groei en groene economie. Dankzij technologie kunnen we nog efficiënter produceren en afval verminderen. Klimaatopwarming kunnen we zelfs tegengaan door geo-engineering. Schattige zeehond-robots kunnen nu zorgen voor mensen met dementie of kinderen in ziekenhuizen minder eenzaam maken. 

Een belangrijke psychologische rol van deze fantasie is dat we ons geweten en schuldgevoel kunnen sussen. Terwijl we leven in een periode van destructie van de planeet en uitputting van natuurlijke hulpbronnen, kunnen we op deze manier ons vertrouwen behouden in de mogelijkheden van technologie om ons te redden (zoals technologie om de dijken te verhogen tegen de stijgende zeespiegel). Het is wel eens beargumenteerd dat het beeld van rampscenario’s mensen slechts gedeprimeerd maakt, en niet aanzet tot positieve gedragsverandering. Een fantasie dat technologie uiteindelijk wel uitkomst zal bieden is dan een goede middenweg. Bovendien zorgt deze fantasie ervoor dat we noch individueel, noch collectief ons gedrag radicaal hoeven te veranderen. 

Fantasie #3: Geen werk, wel basisinkomen

Zelfs de grootste techno-optimisten geven toe dat technologie niet gelijk verdeeld wordt in de wereld, dat er mensen structureel achter blijven en door een gebrek aan opleiding of aanpassingsvermogen in de huidige wereld niet ‘employable’ blijven. Hier komt de fantasie van het basisinkomen binnen. De gedachte is dat de ‘verliezers’ van de huidige tijd gered kunnen worden door een basisinkomen, waardoor ook zij een betekenisvol bestaan kunnen opbouwen, en niet zomaar tot betekenisloze banen veroordeeld zijn. 
Hoewel er succesvolle experimenten zijn geweest met het basisinkomen, is er geen enkele indicatie dat het basisinkomen daadwerkelijk ooit op grote schaal ingevoerd zal worden; hierdoor is het eenvoudig om voorstander te zijn van een basisinkomen. Maar we zien juist dat de overheid in tegengestelde richting beweegt: steeds meer mensen zijn als ZZP-er aan de slag, en het wordt steeds complexer om een werkloosheiduitkering te verkrijgen. Bovendien worden tegenwoordig steeds meer eisen gesteld aan het ‘recht’ op bijstand, zoals een tegenprestatie (zie het Tilburgse Chroom 6 project, waarbij werklozen hun gezondheid en levensverwachting inruilden voor het ‘recht’ op een uitkering). 
Daarnaast is er geen enkele indicatie dat technologie ervoor zorgt dat mensen minder hoeven te werken of gáán werken. Beloftes van 15-urige werkweken zijn al een eeuw lang populair, maar nog steeds geen realiteit. Dat komt onder meer door de dominante ideologie die werk centraal tot onze identiteit maakt, waarbij de keuze tot minder werken vooral als zwakte wordt gezien (mannen in Nederland blijven dan ook doorgaans fulltime werken).

Het universeel basisinkomen is een illusie - dat kan niet zonder maatschappelijke uitsluiting van groepen, en is daarmee dus niet universeel 

Ook op een meer fundamenteel niveau blijft het basisinkomen een illusie. Alle succesvolle experimenten zijn gedaan in kleine, afgesloten gemeenschappen (zoals Alaska, Canadese dorpjes of Israëlische kibboets), waarbij het eenvoudig was om een grens te stellen tussen wie wel en geen recht had op een basisinkomen. Maar als een land een basisinkomen wil invoeren, zal dat (uiteraard) leiden tot migratie, aangezien mensen zullen willen verhuizen naar een land waar zij ‘gratis geld’ krijgen. De enige manier om dit tegen te gaan is door bepaalde groepen in de samenleving uit te sluiten van een basisinkomen. Zo wordt het kernidee van een ‘universeel basisinkomen’ geschonden, aangezien het per definitie niet universeel is. Maatschappelijke uitsluiting wordt hiermee de norm; dit proces voltrekt zich al in het Verenigd Koninkrijk, waar berichten van discriminatie van Europeanen voor het aanvragen van een ‘settled status’ (en dus het recht op toegang tot sociale voorzieningen) al de ronde gaan. 

Fantasie #4: Technologie zal ons bevrijden

De laatste fantasie is een variatie op de tweede, en heeft betrekking op het persoonlijke. De fantasie dat technologie ons als mens ‘rijker’ maakt, dat technologie tot een voller menselijk bestaan leidt. Aan de ene kant maakt technologie het mogelijk dat wij wereldwijd kunnen reizen, studeren, werken en contacten leggen. Ook consumptie is geglobaliseerd. De economische logica hierachter is altijd duidelijk geweest: wereldhandel is goed voor economieën en economische groei. In lijn daarmee fantaseren wij dat wij onszelf ontwikkelen en groeien als mens - dankzij technologie en het internet die het mens-zijn mogelijk maken. 

"Het mens-zijn wordt mede mogelijk gemaakt door onze technologie"

Echter, vanaf de start van internet is er een economische logica die parasiteert op deze fantasie. Neem Facebook: de deal was dat de gebruiker zijn data gratis zou aanbieden in ruil voor het gebruik van het platform. Facebook verkoopt deze data vervolgens aan reclamebedrijven voor gepersonaliseerde advertenties. Deze deal, die inmiddels voor (bijna) iedereen bekend mag zijn, beschrijft echter maar een deel van de werkelijke economische achtergrond. Shoshana Zuboff heeft in haar boek over Surveillance Capitalism de andere deal beschreven waarmee het internet ons digitale bestaan bepaalt: de toegang tot platformen en het internet in ruil voor het verzamelen van data, die dan vrijuit verhandeld worden aan de hoogste bieder. Het gaat hierbij niet meer om gepersonaliseerde advertenties die ons verleiden tot consumptie, maar om het kunnen voorspellen en manipuleren van menselijk gedrag. In plaats van de bevrijding van de mens tot zelfontwikkeling en -ontplooiing ligt de potentie van big data en technologie in de controle en manipulatie van menselijk gedrag. Michel Foucault beschreef dit lang voordat het internet bestond en voorspelde hoe de staat meer en meer almachtig wordt wanneer de mogelijkheden tot het volgen en monitoren van menselijk gedrag toenemen. Momenteel hebben we dit in het Westen uitbesteed aan de markt (waarbij de Big 5 Tech-bedrijven Apple, Facebook, Google (Alphabet), Amazon en Microsoft de touwtjes in handen hebben), terwijl dit in het Oosten voornamelijk door de overheid gebeurt (zoals het Social Credit System in China). Aldus de vraag: biedt technologie werkelijk vrijheid of is vooral de ‘verslaving’ ofwel de tot slaaf gemaakte mens het subject van technologie?

Een psychologisch antwoord op technologie

Psychologen zijn altijd goed geweest in het ontkennen van de politieke aard van psychologische kwesties, en het is dan ook niet verrassend dat veel psychologen voornamelijk een instrumentele visie hebben op technologie. Psychologen zullen geneigd zijn om te onderzoeken hoe technologie het beste ingepast kan worden en kan aansluiten bij de agenda’s van organisaties (bijvoorbeeld door te onderzoeken hoe artificiële intelligentie het beste ingezet kan worden bij personeelsselectie). Maar het is van belang te onderkennen dat technologie niet slechts extern opgelegd wordt aan mensen, maar dat wij individueel en collectief invloed hebben op hoe wij technologie gebruiken. Hoewel technologie ongekende mogelijkheden biedt, zijn wij doorgaans geneigd om ons af te sluiten voor de keerzijden ervan. Het begint daarom bij het bewust zijn van onze eigen denkbeelden, zodat we deze kunnen aanpassen. Juist psychologie zou hier een rol in kunnen spelen. Het is dus zaak voor zowel academische psychologen op universiteiten als voor psychologen die in de praktijk werkzaam zijn, om kritisch te zijn en te blijven over de zin en onzin van technologie.


Matthijs Bal is professor in Responsible Management aan de Lincoln International Business School aan de Universiteit Lincoln, Verenigd Koninkrijk. E-mail: mbal@lincoln.ac.uk 

Thema's

Onderwerpen

Over NSvP

De NSvP is een onafhankelijk vermogensfonds, dat zich inzet voor een menswaardige toekomst van werk. Wij stellen de vraag hoe de arbeidsmarkt van morgen er uit ziet en wat dat vraagt van de talent-ontwikkeling van jongeren en werkenden.

Rijnkade 88
6811 HD Arnhem
info@nsvp.nl
026 - 44 57 800

logo footer

Vind ons op Facebook
Volg ons