Onderdeel van programma:

David van Lennep Scriptieprijs
toekomst
Blogs & artikelen

Dit zijn de genomineerden David van Lennep Scriptieprijs 2026

In dit artikel

Maar liefst zestien uitmuntende masterscripties werden dit jaar door de verschillende universiteiten genomineerd voor de David van Lennep Scriptieprijs. De NSvP wil met deze jaarlijkse prijs jonge onderzoekers belonen die relevante inzichten en nieuwe perspectieven bieden op het snijvlak van mens, werk en organisatie.

De David van Lennep Scriptieprijs, die jaarlijks door de NSvP wordt uitgereikt, beloont onderzoek dat bijdraagt aan een menswaardige toekomst van werk, waarin ieders talent telt en technologie vóór mensen werkt en de kansenongelijkheid tussen mensen verkleint. De mastertheses worden ingediend door de universiteiten met inhoudelijke motivatie van de hoogleraar. Een onafhankelijke vakjury beslist welke drie genomineerden de scriptieprijs winnen. De winnaars ontvangen een geldbedrag van respectievelijk € 2.000, € 1.500 en € 1.000.

De bekendmaking en prijsuitreiking vindt plaats op woensdag 8 april 2026 tijdens het NSVP-event ‘De Goede Loopbaan’ in Utrecht. Kijk hier voor aanmelden en meer informatie >>

Hieronder stellen we in alfabetische volgorde de 16 genomineerden voor: 

Rachel Arts
Vrije Universiteit Amsterdam

Rachel Arts onderzocht hoe digitale media Somalische migranten in Nederland helpen bij het vinden van werk en het opbouwen van een toekomst. Haar onderzoek naar “polymedia strategieën” – hoe migranten strategisch verschillende platforms kiezen voor verschillende doelen – biedt concrete aanknopingspunten voor inclusievere digitale werkplekken. Somalische migranten die digitaal contact onderhouden met familie, ontwikkelen een sterker toekomstperspectief. Deze bevindingen zijn direct toepasbaar voor organisaties die vluchtelingen begeleiden naar werk.
De paradox: juist vluchtelingen die digitale hulpmiddelen het hardst nodig hebben, hebben er vaak geen toegang toe. Rachel toont aan dat digitale vaardigheden en toegang tot technologie cruciaal zijn voor arbeidsmarktintegratie. Haar onderzoek biedt praktische oplossingen voor organisaties en werkgevers om de digitale kloof te dichten en inclusievere werkplekken te creëren, waarbij familiebanden en professionele groei hand in hand gaan.

Pelle Barthel
Universiteit Maastricht

Pelle Barthel’s onderzoek toont aan dat digitale ontspanning zoals gamen, social media of streamen, na werktijd juist nadelig kan zijn voor het herstel van werknemers. Met een dagboekstudie onder bijna 300 volwassenen ontdekte hij dat virtuele vrijetijdsbesteding vaak leidt tot minder energie en slechter herstel de volgende ochtend, ongeacht of mensen zich er prettig bij voelden. Jongere werknemers blijken vaker digitaal te ontspannen dan ouderen.
Pelle’s bevindingen zijn belangrijk voor een gezonde toekomst van werk: technologie kan herstel belemmeren in plaats van bevorderen. Pelle benadrukt dat werkgevers moeten investeren in diverse, effectieve herstelmogelijkheden, zodat iedereen, ongeacht leeftijd, duurzaam en energiek kan blijven functioneren.

Veerle den Boer
Universiteit voor Humanistiek

Te groot verloop van personeel is o.a. te wijten aan morele stress- het gevoel van onmacht en innerlijk conflict. Veerle den Boer deed als een van de eersten onderzoek naar morele stress bij GGZ-medewerkers in FACT-teams. Deze medewerkers zijn sociaal psychiatrisch verpleegkundigen en case-managers die langdurig zorg dragen voor ambulante begeleiding en behandeling van patiënten met ernstige psychiatrische aandoeningen. Uit haar studie blijkt dat de grootste bron van stress ligt in het beperkte ziekte-inzicht van cliënten. Hulpverleners willen helpen, maar botsen op weerstand, schaarste aan middelen en uiteenlopende visies binnen het team. Veerle toont aan dat deze morele ‘buikpijn’ niet alleen het welzijn van zorgverleners aantast, maar ook het behoud van gekwalificeerd personeel in de GGZ bedreigt. Veerle biedt niet alleen inzicht, maar zet ook stappen naar oplossingen.

Jasmine Hausherr
Erasmus Universiteit Rotterdam

Jasmine Hausherr onderzocht hoe agressief leiderschap ontstaat en welke signalen hierop wijzen. Uit haar kwalitatieve studie met 52 voormalige slachtoffers blijkt dat destructieve werkrelaties vaak beginnen met subtiele, gebagatelliseerde vijandigheid, zoals denigrerende opmerkingen of passief-agressief gedrag. Slachtoffers reageren vaak met verwarring, angst of zwijgen, terwijl omstanders niet ingrijpen door onzekerheid of druk.
Vroegtijdige erkenning van deze patronen blijkt cruciaal om escalatie te voorkomen. De resultaten van Jasmine’s onderzoek bieden organisaties concrete handvatten om veilige werkculturen te creëren, waarbij medewerkers worden beschermd en ondersteund. Een belangrijke bijdrage aan een menswaardige toekomst van werk.

Wouter van Ingen
Technische Universiteit Eindhoven

Wouter van Ingen ontwikkelde een online training die medewerkers helpt om AI effectief in het dagelijkse werk te integreren. De training combineert theorie over mens-taak-AI-samenhang met praktische oefeningen. Zijn onderzoek toont aan dat een korte, zelfstandige cursus medewerkers leert om AI-tools beter af te stemmen op hun taken, waardoor ze productiever, proactiever en innovatiever worden. Deelnemers gebruikten AI vaker en optimaliseerden hun werkprocessen significant beter dan een controlegroep. Deze positieve effecten hadden langdurige impact. Leiderschapssteun bleek cruciaal voor succes.
Wouters aanpak is niet alleen wetenschappelijk onderbouwd, maar ook praktisch toepasbaar in elke organisatie. Zijn werk laat zien dat AI geen bedreiging hoeft te zijn, maar ook kansen biedt voor duurzame inzetbaarheid en welzijn in het digitale tijdperk.

Gaja Koporčič
Universiteit van Amsterdam

Gaja Koporčič onderzocht hoe subtiele, vaak onbedoelde gendergerelateerde microagressies—zoals kleine opmerkingen of uitsluitend gedrag—de betrokkenheid van vrouwen op het werk beïnvloeden. Haar onderzoek toont aan dat dergelijke ervaringen het gevoel van erbij horen kunnen ondermijnen, wat leidt tot minder werkplezier en motivatie. Inclusief leiderschap, waarin leidinggevenden actief diversiteit en veiligheid bevorderen, speelt een sleutelrol. Het versterkt de groepssamenhang en helpt vrouwen weerbaar te maken tegen uitsluiting.
Gaja’s studie biedt praktische handvatten voor organisaties om inclusievere werkomgevingen te creëren. Kleine veranderingen in leiderschapsstijl en teamcultuur kunnen groot verschil maken voor het welzijn en de productiviteit van vrouwen.

Maud Kunkels
Technische Universiteit Eindhoven

De ouderenzorg kampt met groeiend personeelstekort en stijgende vraag, en zorgrobots worden vaak als oplossing gezien. Hoe kunnen zorgrobots geaccepteerd worden als waardevolle collega’s in de ouderenzorg? Het onderzoek van Maud Kunkels toont aan dat een succesvolle implementatie afhangt van ervaringen, vertrouwen en acceptatie door de zorgprofessionals. Ouderenzorg draait in de eerste plaats om menselijke verbondenheid, vertrouwen en compassie. Alleen wanneer technologie deze waarden ondersteunt, in plaats van ondermijnt, kan de inzet van zorgrobots positief bijdragen. Maud’s studie biedt niet alleen wetenschappelijke inzichten, maar ook praktische oplossingen voor zorgorganisaties. Zo pleit ze voor samenwerking bij de ontwikkeling, gefaseerde trainingen en het aanstellen van ‘robot-experts’ binnen teams.

John Martin
Universiteit Utrecht

Pesten op het werk heeft grote gevolgen voor het welzijn en de prestaties van medewerkers. Maar hoe worden maatregelen tegen pesten beïnvloed door het type pestgedrag (mannelijk vs vrouwelijk) in combinatie met het geslacht van de pester? John Martin deed een experiment onder 205 deelnemers. De resultaten laten zien dat als vrouwelijke daders “mannelijk” pestgedrag laten zien, er vaker persoonsgerichte maatregelen worden geadviseerd (de betreffende vrouwen moeten zich anders gaan gedragen) dan als datzelfde gedrag wordt vertoond door mannelijke daders. Voor systeemgerichte anti-pestmaatregelen (zoals aanpassen van de werkplek) werden dergelijke verschillen maar in beperkte mate gevonden. Deze bevindingen onderstrepen dat reacties op pesten beïnvloed worden door gendernormen. Dit heeft belangrijke implicaties voor beleid en gelijke kansen op de werkvloer.

Vera Prins
Rijksuniversiteit Groningen

Brandweerlieden lopen door hun werk een hoog risico op posttraumatische stressstoornis (PTSS), een aandoening met grote persoonlijke en maatschappelijke gevolgen. Vera Prins onderzocht hoe sociale steun, zoals collegiale ondersteuning en teamverbondenheid, kan worden versterkt om PTSS te voorkomen. Deze scriptie laat zien hoe de brandweer een werkomgeving kan creëren waar psychische gezondheid en veerkracht vanzelfsprekend zijn. Vera biedt concrete stappen voor preventieve interventies, zoals peer support, bewust leiderschap en digitale hulpmiddelen om steun toegankelijker te maken. Door taboes rondom hulpvraag te doorbreken en een open teamcultuur te versterken, ontstaat een veilige, sociale werkomgeving waar niet alleen het werk centraal staat, maar ook toegang tot steun, zorg en herstel – essentieel voor een gezonde en duurzame inzetbaarheid van brandweerlieden.

Lara Pustatičnik
Vrije Universiteit Amsterdam

Kunnen we algoritmes vertrouwen bij toelating van studenten tot universiteiten? Lara Pustatičnik onderzocht hoe transparantie over de werking van algoritmes invloed heeft op het vertrouwen erin. In een experiment met 223 deelnemers bleek dat meer uitleg over hoe een algoritme werkt, niet automatisch leidt tot meer vertrouwen of minder menselijke ingrepen. Sterker nog: wanneer mensen de adviezen van algoritmes negeerden, daalde de kwaliteit van de beslissingen. Haar onderzoek toont aan dat blind vertrouwen in algoritmes niet wenselijk is, maar dat te veel twijfel ook niet helpt. De uitdaging ligt in het vinden van een balans, zodat mens en technologie samen betere beslissingen nemen. Een actueel en belangrijk inzicht voor onderwijsinstellingen en organisaties die algoritmes inzetten bij selectieprocessen, zoals toelatingen of sollicitaties.

Aryanna Rastan
Universiteit Utrecht

Aryanna Rastan onderzocht hoe organizational crafting – het gezamenlijk aanpassen van taken, rollen en de werkomgeving om beter aan te sluiten bij behoeften van de teamleden – wordt beïnvloed door psychologische veiligheid: het gevoel dat je vrijuit kunt spreken zonder angst voor negatieve gevolgen. Uit haar onderzoek onder 164 professionals blijkt: wie zich veilig voelt, pakt sneller uitdagende taken op en raakt daardoor meer betrokken bij het werk. Dit leidt tot meer betrokkenheid, werkplezier en het helpt nieuwkomers zich sneller thuis te voelen in een team. Een belangrijk inzicht voor organisaties die willen investeren in een toekomstbestendige, inclusieve werkomgeving, waar teamprestaties en welzijn centraal staan.

Jannes Rebel
Universiteit Maastricht

Vrouwen blijven aanzienlijk ondervertegenwoordigd in politieke leidinggevende functies, onder meer doordat leiderschapssterotypen meer aansluiten bij mannelijke dan bij vrouwelijke eigenschappen, wat leidt tot gendergerelateerde vooroordelen. Jannes Rebel onderzocht of een subtiele taalinterventie stereotypen kan veranderen. In een groot internationaal onderzoek testte Jannes of het noemen van politieke leiders als “hij of zij” (in plaats van “deze persoon”) stereotypen vermindert en vrouwen meer associeert met leiderschap. Uit de analyse bleek dat kleine veranderingen in taal grote gevolgen kunnen hebben voor de toegankelijkheid van leiderschapsposities voor vrouwen. Een belangrijke stap naar een inclusievere politiek én arbeidsmarkt, en een bijdrage aan gelijke kansen in leiderschap.

Maria-Sophie Scheerer
Universiteit van Amsterdam

Maria-Sophie Scheerer onderzocht waarom veel vrouwen met hevige menstruatiepijn (dysmenorroe) op het werk zwijgen over hun klachten en toch doorwerken, terwijl ze zich minder productief voelen. Uit recent onderzoek blijkt dat bijna 40% van de werkende vrouwen in Nederland last heeft van hormoongerelateerde gezondheidsklachten, maar slechts een derde hierover praat op het werk. Scheerer onderzocht hoe een inclusieve werkomgeving, waarin collega’s elkaar waarderen en zich verbonden voelen, vrouwen kan helpen om open te zijn over menstruatiepijn. Haar scriptie benadrukt het belang van een veilige en open werkcultuur, waarin taboes rondom menstruatie worden doorbroken. Dit is niet alleen goed voor het welzijn van vrouwen, maar ook voor de productiviteit en inclusiviteit van organisaties.

Viola Silbermayr
Vrije Universiteit Amsterdam

Viola Silbermayr onderzocht hoe topmanagers omgaan met traumatische ervaringen op het werk—een onderbelicht maar cruciaal thema. Uit diepte-interviews met 31 senior leidinggevenden blijkt dat iedereen wel eens een traumatische gebeurtenis meemaakte, met gevolgen als slapeloosheid, piekeren, emotionele overbelasting en twijfel aan het eigen leiderschap. Silbermayr ontwikkelt een nieuw model dat laat zien hoe leiders in vier fasen hun identiteit herstellen: ze zoeken steun, heroverwegen hun waarden, leren van de ervaring en passen hun leiderschapsstijl aan.
Haar onderzoek toont aan dat trauma niet alleen schade aanricht, maar ook groei kan stimuleren—mits er ruimte is voor openheid en ondersteuning. Dit doorbreekt het taboe op kwetsbaarheid in leiderschap en biedt organisaties concrete handvatten om veerkrachtige, empathische leiders te ontwikkelen. Een waardevolle bijdrage aan de toekomst van gezond en mensgericht leiderschap.

Daphne van Tienen
Radboud Universiteit

Daphne van Tienen onderzoekt hoe sociale klasse invloed heeft op het zoeken naar werk en de carrièrekansen van mensen. Uit haar diepte-interviews met werknemers uit verschillende sociale milieus blijkt dat economisch, cultureel en sociaal kapitaal bepalend zijn voor wie welke banen kiest of krijgt. Hierdoor gaat veel talent verloren: mensen met een lagere sociale achtergrond solliciteren minder snel op bepaalde functies, terwijl ze daar wel geschikt voor kunnen zijn.
Haar onderzoek laat zien dat ongelijkheid op de arbeidsmarkt niet alleen gaat over vaardigheden, maar ook over onzichtbare barrières zoals netwerken, opvoeding en zelfvertrouwen. Daphne pleit voor praktische oplossingen om kansen eerlijker te verdelen, zodat ieders talent beter benut wordt—een belangrijke stap naar een inclusievere arbeidsmarkt.

Jonne Wijdeven
Vrije Universiteit Amsterdam

Jonne Wijdeven onderzocht hoe jonge professionals in een veeleisende arbeidsmarkt steun van leidinggevenden ervaren en hoe dit bijdraagt aan een duurzame carrière. Het onderzoek toont aan dat goede begeleiding niet alleen gaat over praktische hulp—zoals feedback en loopbaanadvies—maar ook over emotionele steun, zoals vertrouwen en veiligheid. Cruciaal is dat steun geen eenrichtingsverkeer is: het werkt alleen als het past bij de persoon, het moment en de werkomgeving.
Haar onderzoek toont drie spanningsvelden waar starters mee worstelen: vrijheid versus leiding, motivatie versus herstel, en ambitie versus overbelasting. Leidinggevenden kunnen hierin een sleutelrol spelen door flexibel en persoonlijk te ondersteunen. Dit helpt niet alleen burn-out te voorkomen, maar zorgt ook voor gezonde, productieve en gelukkige medewerkers op de lange termijn—een belangrijke bijdrage aan een mensgerichte arbeidsmarkt.

Deel op social media