Rede van professor Steven Dhondt, uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder gasthoogleraar aan de Faculteit Social Wetenschappen van de Katholieke Universiteit Leuven.

Professor Steven Dhondt gaf een inaugurale lezing over sociale innovatie als voorwaarde voor een duurzame economie. In zijn lezing geeft hij de drie fundamenten aan voor sociaal innovatieve organisaties: actieve werkplekken, teams gericht op minimale arbeidsdeling en aangepaste personele ontwikkelstrategieën. Een sociaal innovatieve strategie helpt organisaties om de komende jaren hypercompetitie en een verouderende beroepsbevolking te verzoenen.

Over de leerstoel
De leerstoel past in een samenwerking tussen de KU Leuven en de grootste Nederlandse onderzoeksorganisatie TNO. Steven Dhondt is in 1988 afgestudeerd aan de KU Leuven. In 2000 promoveerde hij aan de Universiteit van Leiden. Professor Dhondt doet onderzoek naar onder andere de organisatie van arbeid. In de komende vijf academiejaren zal hij de krachten bundelen met Leuvens professor Geert Van Hootegem.

Lees de rede ‘Sociale innovatie, de voorwaarde voor een duurzame, productieve economie.’

Auteur(s)
prof. Steven Dhondt
Uitgever
TNO, KU Leuven
URL

Het maatschappelijk debat rondom AI heeft zich snel ontwikkeld. Naast de potentiële voordelen van AI, is er daarbij snelgroeiende aandacht voor bedreigingen en risico’s (transparantie, privacy, autonomie, cybersecurity et cetera) die om een zorgvuldige benadering vragen. Voorbeelden uit het recente verleden (slimme meters, ov-chipkaart) laten zien dat de invoering van IT-toepassingen niet ongevoelig is voor het juridische en ethische debat. Dat geldt ook bij de toepassing van AI. Het vooraf in beeld brengen en adresseren van de impact van AI draagt bij aan een soepele en verantwoorde introductie van AI in de samenleving.
Wat zijn de relevante juridische en ethische vragen voor een organisatie als zij besluiten AI in te zetten?

De Artificial Intelligence Impact Assessment (AIIA) helpt bij het beantwoorden van deze vraag. De “Gedragscode Artificiële Intelligentie” vormt het vertrekpunt voor deze impact assessment en maakt integraal onderdeel uit van de AIIA. De aard van de AI-toepassing en de context waarin deze wordt gebruikt bepalen in belangrijke mate welke afwegingen in een concreet geval moeten worden gemaakt. Zo zullen toepassingen in de medische sfeer deels tot andere vragen en aandachtspunten leiden dan AI-toepassingen op het terrein van logistiek.
De AIIA bevat concrete stappen om te helpen bij het inzichtelijk maken van de relevante juridische en ethische normen en afwegingen bij besluitvorming inzake de inzet van AI-toepassingen. Ook biedt de AIIA een kader voor het aangaan van de dialoog met belanghebbenden binnen en buiten uw organisatie. 

De AIIA is niet bedoeld om organisaties de maat te nemen bij de inzet van AI. Organisaties blijven zelf verantwoordelijk voor de keuzes die zij maken rondom de inzet van AI. Het toepassen van de AIIA is ook niet verplicht en ook geen extra administratieve last. In tegendeel; de AIIA vormt een steun in de rug bij de inzet van AI. De AIIA is primair gericht op organisaties die AI willen inzetten in de bedrijfsvoering, maar kan ook door ontwikkelaars van AI worden gebruikt om toepassingen te toetsen.

 

Uitgave van de ECP | Platform voor de InformatieSamenleving. 

Uitgever
ECP | Platform voor de InformatieSamenleving

BelleDerks, Gedrag & Organisatie, nr. 2 - 2017: In deze verkorte versie van mijn oratie betoog ik dat streefcijfers niet genoeg zijn om de vertegenwoordiging van vrouwen en etnische minderheden in de hogere lagen van de maatschappij werkelijk te verbeteren. Op basis van psychologisch onderzoek bespreek ik verschillende mechanismes die het weerbarstige systeem van ongelijke kansen in stand houden, zoals de hardnekkigheid van stereotypen, de onverwachte negatieve bijeffecten van de introductie van streefcijfers, en het Queen Bee fenomeen.

Vervolgens presenteer ik hoe ik binnen mijn leeropdracht in de komende jaren zal onderzoeken hoe we dit hardnekkige systeem dan wel omver kunnen werpen. Hier richt ik me op de mogelijkheden om middels neurowetenschappelijke onderzoeksmethoden inzicht te krijgen in de onbewuste mechanismen die sociale ongelijkheid in stand houden, en het belang van systematisch interdisciplinair onderzoek om het ingewikkelde systeem dat sociale ongelijkheid in stand houdt beter in kaart te brengen.

 

Het volledige artikel van Belle Derks in G&O is te lezen via onderstaande link.

Auteur(s)
Belle Derks
Uitgever
Boom uitgevers
URL

Talentmanagement is niet nieuw. Maar vraagt in een wereld waarin het individu steeds belangrijker wordt meer aandacht. Simpelweg omdat we nog altijd niet alle capaciteiten optimaal benutten. Met name concrete aandacht is gewenst. Ofwel, systemen waarin we het menselijk gedrag beter kunnen beïnvloeden, we meer kijken naar individuele competenties en waarin niet de functie maar de rol leidend is. Wat is het vermogen van een individu om een bepaalde rol te kunnen vervullen? Net als zo veel systemen, werkt ook een systeem voor individuele gedragingen op zijn best met meetbare resultaten. Maar zie de X-factor maar eens te definiëren... Daar ligt een mooie rol voor HR. Net als het tonen aan het lijnmanagement wat effectief leiderschap inhoudt, nu men beseft dat mensen het verschil maken. Zo veel mensen, zo veel inzichten. En zo veel profijt wanneer deze inzichten gebundeld worden als een leidraad naar de concretisering van talentmanagement.

Met het oog op toekomstige tekorten op de arbeidsmarkt staat de duurzame inzetbaarheid van werknemers hoog op de (politieke) agenda. Hiertoe is het ontwikkelen en optimaal benutten van het talent van werknemers een belangrijk instrument. In een zestal korte bijdragen belichten de HR-professionals, de zin en onzin van talentmanagement.

Beerling, F., Hummelen, E., De Jong, B., Konings, F., Reijerse, C., & Schoofs, P. (2014). Talent: Je zal het maar hebben. Verkregen van www.psynip.nl

Auteur(s)
Beerling, F., Hummelen, E., De Jong, B., Konings, F., Reijerse, C., & Schoofs, P.
Uitgever
NVP, NIP
URL

Lucas van Luijtelaars masterscriptie gaat over creativiteit en innovatie in relatie tot arbeidsprestaties van werknemers. Het uitgangspunt van Lucas’ onderzoek is origineel en interessant: creatief en innoverend gedrag van medewerkers hoeft niet per se en niet altijd met betere arbeidsprestaties gepaard te gaan. Creativiteit en innoverend gedrag zouden ook contraproductieve effecten kunnen hebben op het niveau van arbeidsprestaties. Dit idee blijkt in dit onderzoek te worden bevestigd.

Lucas deed zijn onderzoek in de “echte wereld”. Dat maakt zijn scriptie extra waardevol. De Koninklijke BAM Groep in Bunnik, waar Lucas stage liep, traint zijn medewerkers in creatief en innoverend gedrag. Men wilde weten of en hoe de effecten van dergelijke trainingen kunnen worden geoptimaliseerd. Ook wilde men weten welke mechanismen of factoren tot meer creatief en innoverend gedrag van medewerkers leiden.

Lucas geeft in zijn studie een uitstekend overzicht van de verschillende theoretische gezichtspunten die aan het denken over arbeidsprestaties van medewerkers ten grondslag liggen. De zogenaamde Job-Job fit theorie zoekt de voorwaarden voor betere arbeidsprestaties in het evenwicht tussen eisen die banen aan medewerkers stellen en de bronnen die medewerkers bij de uitoefening van hun baan tot hun beschikking hebben. De Person-Job theorie baseert voorspellingen over arbeidsprestaties met name op de mate waarin kenmerken van personen overeenkomen met of aansluiten bij de taken die zij hebben te vervullen.

Beide theorieën gaven richting aan het empirisch onderzoek. Binnen de BAM Groep vulden ruim 300 medewerkers on line vragenlijsten in over cognitieve, emotionele en fysieke eisen die hun baan aan hen stelt, over de bronnen die ze binnen hun werk tot hun beschikking hebben (zelf beschikken over hun tijd bijvoorbeeld, steun van leidinggevenden en collega’s), over cognitieve en emotionele vaardigheden, over de mate van creativiteit en innovatie die men naar eigen oordeel in het werk realiseert en – interessant – over mogelijk contraproductief gedrag dat men in en tijdens het werk laat zien.

Naast dit on line survey is een tweede studie gedaan, waarin via een matchingsprocedure eigen beoordelingen over arbeidsprestaties werden vergeleken met beoordelingen door een collega over de betreffende persoon. Bij elkaar geven beide empirische studies een stevige basis aan het betoog van Lucas.

Onderzoek en scriptie van Lucas van Luijtelaar zijn niet alleen in wetenschappelijke zin interessant. Ze leverden ook een instrument op waarmee de Koninklijke BAM Groep medewerkers kan screenen en ondersteunen op het vlak van arbeidsomstandigheden en arbeidsprestaties. Het uiteindelijke doel van dergelijke interventies is het verhogen van creatief en innoverend gedrag en het minimaliseren van contraproductiviteit. Een buitengewoon belangwekkende kwestie in moderne arbeidsorganisaties. 

Lucas van Luijtelaar won de 3e prijs in de David van Lennep Scriptieprijs 2010.

Auteur(s)
Lucas van Luijtelaar
Uitgever
TU/e

Inge Wolsink heeft de invloed van ‘Working Memory Capacity’ onderzocht op de ontwikkeling van creativiteit. Zij heeft dat gedaan door 32 cellisten, professionele studenten of goede amateurs, uit te nodigen drie opeenvolgende improvisaties te spelen van drie minuten. Deze werden opgenomen in een studio-omgeving. Een onafhankelijke jury beoordeelde vervolgens of er bij de drie opvolgende improvisaties sprake was van een toe- of afnemende creativiteit. De juryleden hebben voorafgaand aan hun opdracht een sample beoordeling gedaan op 10 willekeurige stukken, waaruit bleek dat er een hoge mate van overeenstemming was in het beoordelen van de resultaten.

Voorafgaande aan de improvisatieopdracht hebben alle kandidaten meegewerkt aan het bepalen van hun ‘Working Memory Capacity’ met behulp van uitgestelde seriematige herkenningsopdrachten. 17 deelnemers bleken een lage WMC score te hebben en 15 een hoge. Vervolgens hebben de juryleden de creatieve ontwikkeling vastgesteld in de drie x drie minuten improvisaties op basis van drie opdrachten die in willekeurige volgorde werden afgewerkt. Uit het onderzoek bleek dat musici met een grotere  ‘Working Memory Capacity’ bij elke opvolgende improvisatie creatiever werden, terwijl de musici met een lagere ‘Working Memory Capacity’  minder creatief werden en meer moeite hadden zich aan de opdrachten te houden. Een hoge ‘Working Memory Capacity’ leidt ook tot meer vasthoudendheid en taakgeoriënteerd gedrag. Gelukkig heeft ze vastgesteld dat flexibel omgaan met kennis en een positieve stemming ook effect hebben op toenemende creativiteit. Dat geeft toch nog wat hoop voor de andere vijftig procent met een lagere ‘Working Memory Capacity’.

Inge Wolsink won de eerste prijs van de David van Lennep Scriptieprijs 2011.

Auteur(s)
Inge Wolsink
Uitgever
UvA

Deze theses beschrijft een crossculturele studie naar de relatie tussen het helpen van collega's en leidinggevende op het werk en werk naar familie verrijking. Deze relaties zijn zowel in China als in Nederland onderzocht door middel van een vragenlijstonderzoek. De onderbouwing van de hypothesen op basis van social exchange theory en Hofstede's culturele dimensies is sterk. Bovendien draagt de thesis daadwerkelijk bij aan de literatuur door:

  • Aan te tonen dat helpgedrag op het werk ook effecten heeft buiten het werk
  • Inzicht te geven in de antecedenten van werk naar familie verrijking
  • Het multidimensionele karakter van helpgedrag (het verhelpen van collega's en het helpen van de leidinggevende) en de effecten daarvan te onderzoeken
  • De invloed van culturele context op de relatie tussen het helpen van collega's en leidinggevende en werk naar familie verrijking te onderzoeken.

Verder is het bewonderenswaardig dat een internationale student, zonder contacten in Nederland, data verzamelt bij meer dan honderd Nederlandse respondenten (en meer dan 100 Chinese respondenten). 

Auteur(s)
Chang Lu
Uitgever
Tilburg university

'The future of work is already here', is de ondertitel van dit boek. Want werk is een groot deel van ons leven en bepaalt ook voor een groot deel onze identiteit. De snelheid waarmee werk en de arbeidsmarkt op dit moment veranderen, heeft meer dan ooit impact op onze carrières, waar ook ter wereld. 

De auteur
Lynda Gratton is professor aan de Londen Business School, is door de Financial Times uitgeroepen tot ‘management guru most likley to make an impact over the next dacade’ en staat in de top 20 van 'business thinkers in the world' van The Times en nummer twee op de wereldwijde ranglijst van Human Resources magazine.

Shaping forces 
Gratton kijkt in het boek naar naar de huidige arbeidsmarkt- en werksituatie en de impact daarvan op de toekomst. Ze kijkt daarbij naar sociaal-maatschappelijke en technologische ontwikkelingen.
Ze beschrijft in het eerste deel van het boek vijf ‘shaping forces’: technologie, globalisatie, demografie, maatschappelijke veranderingen en, verrassend, energieconsumptie. Deze vijf zullen volgens haar van grote invloed zijn op de manier waarop we in de toekomst gaan werken.

3 shifts
Interessant zijn ook de drie fundamentele veranderingen die we volgens Gratton als mens moeten doormaken: van generalisme naar serieel meesterschap, van geïsoleerde concurrenten naar innovatieve samenwerkers en van hebberige consument naar bevlogen producenten.
Ze schets nog verschillende scenario's, positieve en minder positieve. 

Het boek is te bestellen via managementboek.nl. Daar vind u ook de inhoudsopgave van het boek.
Lees de boekrecensie van Bas van de Haterd op RecTec 


 

Auteur(s)
Lynda Gratton
Uitgever
Harper Collins

De scriptie beschrijft de ontwikkeling en effectieve implementatie van een job crafting interventie waarbij een groep verpleegkundigen in de zorg ondersteund worden via een interventie om op zoek te gaan naar nieuwe manieren van werken. Deze interventie is gebaseerd op de job crafting theorie die werknemers als actieve actoren in hun werkomgeving beschouwd die in staat zijn zelf invloed uit te oefenen op de vormgeving en uitvoering van hun werk.

Het doel van het ziekenhuis en het onderzoek was om een verhoging van de adaptieve prestaties van verplegend personeel mogelijk te maken en een competitief voordeel voor  het ziekenhuis te realiseren. Jeanine heeft het voor elkaar gekregen om 6 eenheden over te halen om aan het onderzoek mee te werken en wist het verplegend personeel te motiveren om, ondanks hun drukke werkschema’s, tijd te reserveren voor een nieuwe job crafting interventie.

Het onderzoek was gebaseerd op een zogenaamde nonrandomized control Group pretst-posttest ontwerp. Dit betekent dat de eenheden niet gerandomiseerd, maar door de onderzoeker en de organisatie zelf ingedeeld zijn in de experimentele versus controle conditie en vervolgens voor en na de interventie in de tijd onderzocht zijn. Een gerandomiseerd ontwerp zou de studie nog iets sterker hebben gemaakt, maar Jeanine heeft hoe dan ook een indrukwekkend onderzoek opgezet en zeer goed gerapporteerd.

De scriptie is theoretisch sterk uitgewerkt en via een zeer gedegen longitudinaal vragenlijstonderzoek en relevante analyse technieken verder onderzocht. De interventie bleek evidence-based te zijn, dat wil zeggen betekenisvolle effecten in de interventie of experimentele groep en niet in de controle groep over de tijd weer te geven. Om een paar belangrijke uitkomsten te noemen: het verplegend personeel in de experimentele conditie bleek een significante verbetering in beschikbare bronnen op het werk en in prestaties weer te geven. Daarnaast bleek de experimentele groep significant meer bevlogenheid en minder distantie in het werk te rapporteren na de interventie.

In het kader van de maatschappelijke aandacht voor het thema duurzame inzetbaarheid een relevante interventie die voor ouder wordende werknemers ingezet zou kunnen worden om op hoge leeftijd gezond en effectief inzetbaar te blijven.  Met name in de zorg sector  waar te verwachten valt dat de vergrijzing de vraag naar zorg zal doen toenemen en het aanbod van verplegend personeel lijkt af te nemen, is het van wezenlijk belang het verplegend personeel duurzaam inzetbaar te maken.

Jeanine van Mersbergen won met dit prachtige en belangrijke onderzoek de eerste prijs in de David van Lennep Scriptieprijs 2012. 

Auteur(s)
Jeanine van Mersbergen
Uitgever
TU/e

Tijd voor zorg? Zorg voor tijd? is een artikel van Gabriëlle Verbeek over tijd in de zorg. Het verscheen in TvV mei 2013. Ze schreef het artikel in het kader van het project' Zorg voor tijd in de beroepspraktijk; ontwikkeling tijddiagnose tijdsbesteding en tijdsbeleving op de werkvloer'. Lees meer over het project

Lees ook eerdere artikelen van Gabriëlle Verbeek over dit onderwerp: 

Auteur(s)
Garbielle Verbeek
Uitgever
TvV

Al twintig jaar predikt Ton Wilthagen hervormingen op de arbeidsmarkt om de tweedeling tussen vast en flex te stoppen. Maar zijn betoog leidt niet tot doorbraken in de polder. 

Levendig portret van de onvermoeibare man met een missie, waarin zowel de voor- als fervent tegenstanders van het Flexicurity-model aan bod komen. Meer flexibiliteit voor werkgevers en meer zekerheid voor werknemers.  "Hij heeft soms behoorlijk radicale ideeën, maar hij zegt het op een manier waardoor iedereen denkt: 'Waarom doen we dat nog niet zo?'"

 

Een artikel uit De Groene Amsterdammer, 6 september 2016
Auteur: Marie-José Kleef

Auteur(s)
Marie-José Kleef
Uitgever
De Groene Amsterdammer
URL

In de l&d-werkpraktijk is innovatie niet meer weg te denken. Hardop zeggen we dat vernieuwing het nieuwe normaal is, maar zie dat maar eens constructief te maken. Door verschillende belangen is het vaak lastig manoeuvreren. Een theoretische onderbouwing en best practices van andere innovatieve organisaties kunnen daarbij helpen. Dat kwam Els Oosthoek tegen in het promotieonderzoek van TNOonderzoeker Peter Oeij. In januari 2017 promoveerde hij op het proefschrift “The resilient innovation team – a study of teams coping with critical incidents during innovation projects”. Hiervoor bestudeerde Oeij achttien projectteams en hun innovatieprojecten. Zijn conclusie: een mindful werkomgeving en veerkrachtig innovatiegedrag vergroten de kans op succesvolle innovaties. We gaan eens wat dieper in op de onderzoeksresultaten van Oeij.

Artikel door Els Oosthoek, gepubliceerd in TvOO juni nr. 2 2017.

Auteur(s)
Els Oosthoek
Uitgever
TVOO

Samenwerking in netwerken van organisaties (gemeente, zorg- en welzijnsorganisaties, woningcorporaties, wijkverenigingen) wordt steeds belangrijker voor het organiseren van de zorg in Nederland. Echter, het is niet steeds even helder of samenwerking in netwerken daadwerkelijk bijdraagt aan de kwaliteit van de zorg en de kwaliteit van de arbeid. Dit artikel biedt een systeemtheoretisch diagnostisch denkkader om zorgnetwerken te beoordelen op kwaliteit van de zorg en de arbeid. Dit diagnostisch denkkader is inmiddels in de praktijk toegepast bij enkele huisartsenpraktijken en bij een gemeentelijk zorgnetwerk. 

Artikel geschreven door Bianca Nieuwkamp en Jan Achterbergh, gepubliceerd in het Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken, nr. 2 - 2017

Auteur(s)
Jan Achterbergh, Bianca Nieuwkamp
Uitgever
Boom uitgevers
URL

Vitaliteit en Inzetbaarheid. 
Voorbeelden van vernieuwende initiatieven.

Samengesteld door Margreet de Jonge met een voorwoord van Sonia Sjollema en Tinka van Vuuren.

In deze bundel wordt verslag gedaan van internationale onderzoeksconferentie van de European Association of Work and Organizational Psychology (EAWOP).
Met de openingstoespraak van David Guest. En artikelen over de resultaten van de pilotprojecten. Daarnaast is de voordracht opgenomen van Ber Damen, directeur HRM van Berenschot, over het belang van het hebben van evidence based HRM-interventies.

Deze bundel wil laten zien dat kennis echt verder komt door de interactie tussen wetenschap en praktijk.

Inhoud
The happy productive worker
Managers en evidence based psychology

Vitaliteit en duurzame inzetbaarheid
Tweede loopbaan bij de brandweer
Vitaliteit in het onderwijs
Vitaliteitscan
Wajongers aan het werk

Motivatie en bevlogenheid
Trainen op bevlogenheid
Van preventie naar amplitie
DISCovery Methode

Employability
Vitaliteit op de managementagenda
Inzetbaarheid bij dialoog
Leren en ontwikkelen

Vitale medewerkers zijn gezond, hebben volop energie, en zijn tevens gemotiveerd om productief te kunnen werken. En ze hebben ook nog plezier in hun werk. Geen wonder dat het onderwerp ‘vitaliteit’ – gezien de vergrijzing van het personeelsbestand en vele reorganisaties en bezuinigingen – hoog op de agenda staat van menig werkgever. Of in ieder geval: zou moeten staan.
Want werkgevers die niets doen aan het versterken van de vitaliteit van hun medewerkers – waarbij vitaliteit staat voor ‘energiek, veerkrachtig en gemotiveerd’ – krijgen vroeg of laat problemen. Mensen – jong en oud – moeten immers langer doorwerken waardoor het des te belangrijker is dat ze gezond en vitaal hun werk kunnen blijven doen. We weten bijvoorbeeld dat overgewicht organisaties jaarlijks zo’n 10% productieverlies oplevert. Te zware medewerkers zijn minder fit, verzuimen vaker en zijn vaker chronisch ziek. Alleen al daarom loont het om te investeren in vitaliteit. Roken is een ander voorbeeld van een onderschatte kostenpost voor organisaties. Jaarlijks kost roken het bedrijfsleven 305 miljoen euro omdat rokers nu eenmaal vaker verzuimen dan niet-rokers, zo blijkt uit statistieken van het RIVM. Het zijn slechts enkele voorbeelden van de kosten die medewerkers die niet gezond en vitaal zijn met zich meebrengen.

Het goede nieuws is dat werkgevers met relatief weinig inspanningen veel kunnen doen om hun medewerkers vitaler te maken. Kennis van vitaliteit is daarbij cruciaal. De wetenschap buigt zich al jaren over het onderwerp waardoor er inmiddels veel over bekend is. Wat is de laatste wetenschappelijke stand van zaken rondom ‘vitaliteit’? Wat weten we nu dat we voorheen niet wisten? Hoe krijgen we medewerkers vitaler? En wat werkt vooral niet? In de whitepaper van het VGZ staat een overzicht van de tien belangrijkste inzichten van nu, aangevuld met vijf misverstanden rondom dit thema.

VGZ (2016). Vitaliteit: Wat zegt de wetenschap nu? 10 tips, 5 mythes. Verkregen van: https://www.vgz.nl/SiteCollectionDocuments/2016/d0063-9-vgz-whitepaper-v...

Uitgever
VGZ
Over NSvP

De NSvP is een onafhankelijk vermogensfonds, dat zich inzet voor een menswaardige toekomst van werk. Wij stellen de vraag hoe de arbeidsmarkt van morgen er uit ziet en wat dat vraagt van de talent-ontwikkeling van jongeren en werkenden.

Rijnkade 88
6811 HD Arnhem
info@nsvp.nl
026 - 44 57 800

logo footer

Vind ons op Facebook
Volg ons