De mobiliteit in het onderwijs is beperkt. Het huidige beleid is erop gericht om dit wat betreft de uitstroom zo te houden, maar de instroom en mobiliteit binnen het onderwijs te bevorderen. Een recent verschenen paper geeft inzicht in de factoren die van invloed zijn op de mobiliteit in het onderwijs en die ook door beleid beïnvloedbaar zijn. Vooral het gebrek aan loopbaanmogelijkheden blijkt een factor die over de hele linie docenten uit het onderwijs drijft.

Toenemend belang loopbaanontwikkeling
Van oudsher is de mobiliteit, met name in de sectoren primair en voortgezet onderwijs, niet groot. Docentschap was een baan voor het leven met veel zekerheid, maar weinig loopbaanontwikkeling. De uitstroom van onderwijspersoneel is gering (5% tot 10%) en betreft vaak uitstroom naar instellingen binnen de eigen onderwijssector. Ondanks dat de mobiliteit binnen het onderwijs en vanuit het onderwijs naar andere sectoren over het algemeen gering is, is mobiliteit beleidsmatig wel een belangrijk item. Reden genoeg om nader te analyseren waarom docenten een baan binnen of buiten de sector onderwijs kiezen.

Push en pull factoren
In de keuze om te stoppen met een baan en/of op zoek te gaan naar een nieuwe baan kan een groot aantal redenen een rol spelen. Dit kunnen redenen zijn om te vertrekken bij de oude werkgever, zogenaamde pushfactoren en redenen om te kiezen voor de nieuwe baan, ook wel pullfactoren genoemd. Uit het POMO/onderzoek 2008 komen de volgende factoren als meest belangrijk naar voren:

  • Inhoud van het werk is ongeacht de bestemming buiten of binnen het onderwijs zowel een belangrijke push- als pullfactor voor alle docenten.
  • De wijze waarop de organisatie wordt bestuurd is ongeacht de bestemming een belangrijke pushfactor. De wijze waarop de direct leidinggevende leiding geeft is pushfactor, zowel voor docenten die doorstromen binnen de onderwijssector blijven werken als voor alle docenten die het onderwijs verlaten, behalve in het po.
  • Voor docenten die buiten het onderwijs een nieuwe baan hebben gevonden zijn lopbaanontwikkelingsmogelijkheden een belangrijke reden om een andere baan te zoeken. Bij onvrede hierover lijken docenten hun heil eerder buiten het onderwijs te zoeken dan daarbinnen. Daarmee lijkt dit de enige factor die docenten over de hele linie uit het onderwijs drijft.
  • Aan de kant van de pullfactoren trok de mate van zelfstandigheid/verantwoordelijkheden buiten het onderwijs, docenten aan. Met uitzondering van het vo is dit ook een belangrijke pushfactor voor alle docenten die het onderwijs hebben verlaten. Het lijkt erop dat docenten die vanwege dit aspect vertrekken bij een po, mbo of hbo instelling het idee hebben dat ze buiten het onderwijs een betere invulling kunnen vinden van de mate van zelfstandigheid en
    verantwoordelijkheden dan binnen het onderwijs.

Aanbevelingen
Het rapport adviseert op grond van de uitkomsten de inhoud van het werk goed te laten aansluiten bij de gewenste inhoud en interesses van docenten. Daarnaast is het van belang de verwachtingen op het gebied van zelfstandigheid en autonomie beter te managen om zowel voor instromers als de scholen teleurstelling en een vruchteloze investering van tijd en middelen te voorkomen. Professioneel personeelsbeleid op het gebied van werving en selectie, begeleiding en opleidingen is hierbij een doorslaggevende factor (Bureau Astri, 2008). Tevens moet zoals beschreven in het Actieplan LeerKracht van Nederland er aandacht zijn en blijven voor het eigenaarschap en de positieversterking van de leraar als professional. Dit zal het beroep daadwerkelijk aantrekkelijker maken voor die docenten voor wie dit belangrijk is.

Meer loopbaanperspectief
Tenslotte wordt ervoor bepleit om docenten in alle onderwijstypen meer loopbaanperspectief te bieden. Beleid op het gebied van loopbaanontwikkeling en employability (levensfasegericht personeelsbeleid) verdient blijvende aandacht. Dankzij overheidsmaatregelen als de Lerarenbeurs en de Functiemix is er al meer aandacht voor employability en loopbaanontwikkeling van docenten. Het belang van dit beleid wordt met het onderzoek opnieuw onderstreept: een aansporing voor onderwijsinstellingen om de mogelijkheden te benutten en vaart te maken met de implementatie ervan.

Op de Nederlandse ArbeidsmarktDag 2009 werd het SBO artikel 'Mobilteit in het Onderwijs' aangeboden. De gegevens over mobiliteit in het onderwijs zijn gebaseerd op het POMO 2008 (Personeels- en Mobiliteitsonderzoek) een grootschalig enquêteonderzoek onder overheidspersoneel, uitgevoerd door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). In totaal hebben ruim 57.000 overheidswerknemers meegedaan.

Thema's

Onderwerpen

Reageren

Over NSvP

De NSvP is een onafhankelijk vermogensfonds, dat zich inzet voor een menswaardige toekomst van werk. Wij stellen de vraag hoe de arbeidsmarkt van morgen er uit ziet en wat dat vraagt van de talent-ontwikkeling van jongeren en werkenden.

Rijnkade 88
6811 HD Arnhem
info@nsvp.nl
026 - 44 57 800

logo footer

Vind ons op Facebook
Volg ons