
Leerlingen in elektrische rolstoelen rijden door de gang. In het atelier en bijbehorende winkel wordt druk gewerkt en bij de repro bedient een jongen met het syndroom van down het kopiereerapparaat. Het Prisma in Arnhem is een middelbare school voor leerlingen met een verstandelijke of meervoudige beperking. In principe is een IQ van 55 de ‘bovengrens’ om toegelaten te worden. Maar steeds vaker worden er kinderen met een hogere intelligentie aangemeld. Zij zijn in het Praktijkonderwijs op grond van hun handicap flink gepest door leeftijdsgenoten en zitten thuis op de bank.
‘Die kinderen zijn met geen stok meer naar school te krijgen maar bloeien hier op en stromen uiteindelijk uit naar betaald werk,’ stelt Nanske Lahaye, directeur van het Prisma. Door de aangekondigde bezuinigingen op het zogenoemde passend onderwijs en de AWBZ staat de schoolloopbaan van velen van hen op de tocht.
De afgelopen jaren realiseerde Lahaye samen met een team docenten op het Prisma een ingrijpende onderwijsvernieuwing. Die maakt dat nagenoeg alle leerlingen aan het einde van hun schooltijd succesvol doorstromen naar betaald werk of dagbesteding. De school doet er alles aan om op een echte middelbare school te lijken. Schoolfeesten, kluisjes, een leerlingenraad. ‘We zijn een middelbare school voor speciale leerlingen. Ze hebben allemaal een verstandelijke beperking, soms gecombineerd met een lichamelijke handicap. Maar dat betekent niet dat ze straks geen zinvol werk kunnen doen. Ze krijgen nu vaak het label Wajong terwijl er op de reguliere arbeidsmarkt, in bedrijven, maar ook vrijwillig, genoeg werk is dat door hen kan worden uitgevoerd. We plaatsen in Nederland alles graag in een structuur en maken er een functieomschrijving bij. Dan vallen veel van onze leerlingen buiten de boot. Maar eigenlijk zijn niet zij arbeidsongeschikt, maar de arbeidsmarkt zelf.’
Praktijkonderwijs
Middelbare scholen in het speciaal onderwijs zijn er nog niet zo lang. En nog steeds is onderwijs voor tieners met een verstandelijke beperking vaak een voortzetting van het programma op het speciale basisonderwijs. Het is gericht op cognitieve ontwikkeling en niet op de aansluiting op de arbeidsmarkt. Lahaye: ‘Aan 'de onderkant' gingen leerlingen vroeger, na de speciale basisschool, direct naar dagverblijven. Aan 'de bovenkant' gingen ze naar het praktijkonderwijs. Naast dat dagcentra vijf keer duurder zijn dan een school, ontwikkelen jongeren zich daar niet verder. Bij ons op school maakt iedere leerling, ongeacht het niveau, een meetbare ontwikkeling door. We gaan uit van wat een kind wél kan en werken toe naar een plek in de maatschappij. Dat doen we door veel praktijkonderwijs en stages, in dagvoorziening en voor wie dat aankan: in bedrijven en instellingen.’ Het Prisma sloot bijvoorbeeld onlangs een samenwerkingsovereenkomst met IKEA. De school loopt hiermee vooruit op de nieuwe wet Kwaliteit VSO die in 2012 van kracht wordt. Deze wet stelt eisen aan de kwaliteit van het onderwijs en formuleert doelstellingen op het gebied van uitstroom. In Arnhem zien ze de nieuwe wet vooral als steun in de rug. Lahaye: ‘De teneur was vroeger vooral ‘als onze leerlingen maar gelukkig zijn’. Nu zijn er voor het eerst uitstroomprofielen en dat geeft docenten veel houvast. Wat kan een leerling? Wat moet hij leren om straks bepaald werk in de praktijk te kunnen doen? Lukt dat niet? Wat gaan we daar aan doen? ‘ Om de overgang naar de arbeidsmarkt zo vloeiend mogelijk te maken werken school en jobcoaches het laatste half jaar van de schoolloopbaan nauw samen. Daarnaast moeten scholen op basis van de nieuwe wet schoolverlaters nog twee jaar volgen. Lahaye: ‘Op deze manier is de kans op mislukken heel klein’.
Multimedia
De onderwijsvernieuwing op het Prisma begon met een echte verbouwing. Traditionele klaslokalen werden omgevormd tot open leerruimtes. Leerlingen van verschillende niveaus en leeftijd komen hier ’s ochtends eerst een half uur samen. Lahaye: ‘Dat is voor onze leerlingen nodig. Velen van hen hebben een uur in de taxi gezeten. Dat gaat niet altijd even soepel.’ Daarna gaat iedereen aan de slag met een individueel programma waarvan praktijkonderwijs een belangrijke component is. Het Prisma stelde voor een aantal cruciale vakken vakmensen aan; een hovenier, een kok, een multimediaspecialist en nog een aantal. De leerlingen runnen nu zelf de repro, doen een deel van de schoonmaak en verzorgen de complete catering op school. Iedereen vervult een taak, ongeacht de beperking. Eigen verantwoordelijkheid en onderwijs door vakmedewerkers haalt het beste in leerlingen boven. Lahaye: ‘Zaten ze eerder stilletjes in hun rolstoel in het klaslokaal, nu komen ze met onverwachte initiatieven. De opdracht om een routekaartje voor de website van de school te verbeteren werd bijvoorbeeld op heel bijzondere manier opgelost. Een jongen die niet goed kan praten en in een elektrische rolstoel zit, bedacht dat hij een filmpje wilde maken. Hij vroeg een pratende medeleerling om hulp, liet iemand anders een camera op zijn rolstoel monteren en samen reden ze de route over het terrein van het dorp. Hij filmde, de andere leerling legde de route uit.’
Auto's openbreken
De voorgenomen bezuinigingen op het speciaal onderwijs zijn een grote streep door de rekening van alle vernieuwingen. Lahaye: ‘Natuurlijk kan er altijd bezuinigd worden, maar op deze manier sla je alle ontwikkelingen dood. Op deze school moet meer dan 17% worden bezuinigd. Dat betekent dat ik mensen moet gaan ontslaan en de klassen flink groter zullen worden. Maar naast de korting op het schoolbudget wordt er óók gekort op de AWBZ. Diverse leerlingen kunnen hier niet meer terecht terwijl ze al jaren op deze school zitten. Zij die aan de bovenkant zitten moeten terug naar het praktijkonderwijs, waar ze eerder zijn weggepest. De helft van hen zal het daar niet vol houden, zich ziek melden, pillen gaan slikken en komt weer thuis op de bank. Een deel daarvan blijft niet op die bank, maar gaat auto’s openbreken. Onze leerlingen aan 'de onderkant' moeten weer terug naar de traditionele dagcentra. Daar krijgen zij geen onderwijs, stagneert hun ontwikkeling en zullen zij nooit op enige manier in aanmerking komen voor welke vorm van werk dan ook. De kosten voor de gevolgen van de bezuinigingen op passend onderwijs komen op het conto van de ministeries van Justitie en Welzijn. De minister van Onderwijs veegt zo alleen haar eigen straatje schoon. Over een aantal jaren zullen deze maatregelen worden teruggedraaid. Met ons verstand en onderbuikgevoel weten we dat allemaal. Maar dan is een generatie kwetsbare kinderen al voor de rest van hun leven aan de kant gezet.’

Reageren