
Langer werken roept discussie op. Maatschappelijke, individuele en organisatorische belangen en belevingen lopen door elkaar heen. Wil deze discussie tot een effectief beleid leiden, dan zal er vroegtijdig moeten worden ingespeeld op verhoging van flexibiliteit en inzetbaarheid en op verandering van werkrelaties.
Demografische ontwikkelingen geven aan dat mensen langer gezond en vitaal blijven dan in het verleden. Als we dit koppelen aan de vergrijzing in de samenleving en de noodzaak om de economie draaiende te houden, lijkt langer werken voor de hand te liggen. Langer doorwerken is dan ook een maatschappelijk en politiek item dat tot nog toe is ‘opgelost’ door de pensioen leeftijd tot 67 jaar te verhogen. De oplossing is echter minder simpel dan het lijkt.
Naast de maatschappelijke context zien we sterke veranderingen op individueel vlak. Dat mensen langer gezond en vitaal blijven, heeft ook te maken met veranderingen in de aard van de werkzaamheden die ze uitvoeren; het aantal beroepen met fysiek slopend werk is sterk afgenomen. Daarbij blijken veel ouderen nog vol ideeën en ambitie om een eigen bijdrage te leveren, hoewel soms op een andere manier dan hun werkgever voor ogen heeft.
Bedrijven en instellingen hebben andere belangen. Niet alleen zijn ouderen relatief duur in de loonkosten en secundaire voorzieningen, maar ook speelt de perceptie dat ouderen minder flexibel zijn en minder geneigd zijn om in te spelen op veranderende situaties. Toch is het management zich terdege bewust van de structurele problemen op de arbeidsmarkt en neemt het steeds vaker initiatieven om medewerkers langer te laten doorwerken.
Er is visie en creativiteit nodig om nieuwe benaderingen te vinden waarin diverse belangen op elkaar worden afgestemd. Hierbij moet het langetermijnperspectief een essentiële rol spelen. Permanent veranderende werksituaties verbinden met vroegtijdige en continue aandacht voor training en ontwikkeling is een blijvende opgave. Pas als er een overkoepelende, integrale aanpak wordt gevonden, kan er een balans ontstaan tussen de maatschappelijke nood en individuele behoefte van ouderen om een nuttige bijdrage te blijven leveren aan de organisaties waarin ze werken.
Alex Bunjes, voorzitter NsvP

Reageren