Creatief At Work wk. 9

Dit artikel is een integraal deel uit het boek 'Creativiteit krijg je niet voor niets. Over de psychologie van creativiteit in wetenschap en werk' van Carsten de Dreu en Daniel Sligte.

Iedereen heeft wel die irritante ervaring dat je vastloopt op een probleem en het inzicht maar niet wil komen. En dat als je dan even afstand neemt, iets anders gaat doen, en later terugkeert om het probleem weer op te pakken, de oplossing zo eenvoudig blijkt. Waarom bedacht ik dat niet direct?!

Of de “tip-of-the-tongue” ervaring: je weet dat je iets weet, maar je kunt het maar niet expliciet maken en verbaliseren. Je blijft er eindeloos over nadenken, de frustratie neemt toe en je besluit het maar te laten rusten. Na een korte periode van afleiding – je gesprekspartner begint over iets heel anders, je begint zelf maar over iets anders, er komt iemand de kamer binnen, je dwaalt af naar een heel ander onderwerp – krijg je ineens weer de naam van die beroemde filmster van de koffiereclame.

Beide voorbeelden duiden op de mogelijke relevantie van de zogeheten incubatie­periode. Zonder bewust je aandacht te blijven richten op een kwestie lijkt je brein door te rekenen, combinaties uit te tekenen en opties langs te lopen. Er is vrij veel evidentie dat een dergelijke incubatieperiode creativiteit bevordert. Sio en Ormerod (2009) zetten ruim honderd studies naar incubatie en creatief probleem-oplossen op een rijtje, met in totaal zo’n 3500 deelnemers. Ze vonden, allereerst, dat deelnemers die een incubatieperiode kregen, creatiever problemen oplosten en meer creatieve inzichten hadden, dan deelnemers die aan dezelfde taken werkten, zonder incubatieperiode. 

Deze meta-analyse genereerde daarnaast twee belangrijke ontdekkingen. Ten eerste bleek dat de incubatieperiode effectiever was als deelnemers tijdens de incubatieperiode ofwel rust namen, ofwel aan een eenvoudige taak werkten. Als zij in de incubatieperiode werkten aan een complex en cognitief belastend probleem, had incubatie nog steeds wel enige zin, maar het effect was een stuk minder sterk. Het lijkt er dus op dat je tijdens een incubatieperiode beter niet in gesprek kunt gaan over macro-economische problematiek of integratievraagstukken, maar het beter kunt hebben over huis-, tuin- en keukenkwesties. Waar doe jij je boodschappen?

In de tweede plaats vonden de onderzoekers dat hoe langer de incubatietijd was, hoe meer deze periode positief bijdroeg aan creatieve prestaties. Kortom, incubatie draagt bij aan creativiteit, vooral als de incubatieperiode relatief lang duurt en er niet aan al te ingewikkelde en belastende taken gewerkt hoeft te worden.

Hoe incubatie werkt is echter nog niet helemaal duidelijk. Een mogelijke verklaring is dat tijdens de incubatietijd het volgelopen werkgeheugen gewist wordt. Er kan dan weer nieuwe informatie in, en die is wellicht beter geschikt voor het aan te pakken probleem. Of er kunnen, in zo’n gewist werkgeheugen, nieuwe verbindingen worden gelegd – er is weer ruimte om persistent en volhardend met het probleem aan de gang te gaan, met toegenomen kans op succes.
Een andere verklaring is dat tijdens de incubatieperiode het brein ongemerkt doorgaat met het probleem, maar nu zonder bewuste en gecontroleerde aansturing. Er is dan meer ruimte om flexibel te combineren, een helikoptervisie aan te nemen, en het probleem afstandelijk en vanuit verschillende perspectieven te bekijken. Een derde en laatste verklaring is dat tijdens de incubatie het probleem opnieuw gedefinieerd wordt en daardoor anders gestructureerd kan worden. Dit stelt de persoon in staat om vanuit een nieuwe invalshoek en met andere informatie en kennis het probleem aan te pakken.

(On)bewust denken

Mede omdat we niet zo goed weten wat incubatie behulpzaam maakt, is het lastig aan te geven wat je nu het beste kunt doen tijdens zo’n incubatieperiode. Moet je vooral actief met andere dingen aan de gang, of moet je juist de rust zoeken en het creatieve brein ongecensureerd z’n gang laten gaan? Dat dit laatste goed kan uitpakken, blijkt uit experimenten van Ap Dijksterhuis en collega’s (Dijksterhuis & Meurs, 2006; Zhong et al., 2009).

In het onderzoek van Dijksterhuis en Meurs kregen deelnemers de opdracht zoveel mogelijk nieuwe namen voor pasta te bedenken. De onderzoekers gaven enkele voorbeelden, die allen bewust eindigden op een “i” (bijvoorbeeld: maloveni, todoroni). De truc in deze taak is dat mensen geneigd zijn om vervolgens allemaal namen te bedenken die ook op een “i” eindigen; een goede maat voor divergent, flexibel denken is dus het aantal namen dat iemand bedenkt dat niet op een “i” eindigt.

In het eerste experiment dat Dijksterhuis en Meurs rapporteren ging één-derde van de deelnemers direct na de instructies aan de gang. Eén-derde van de deelnemers ging eerst drie minuten nadenken over pasta-namen, om ze vervolgens in te typen. De resterende deelnemers werd gevraagd om gedurende drie minuten een oog-hand coördinatie taak te doen (ze moesten een aantal keer een cirkel op het computerscherm met de muis volgen, totdat de cirkel van kleur veranderde). 

Het bleek dat deelnemers die de oog-hand coördinatie taak hadden gedaan aanzienlijk creatiever waren – ze bedachten vaker pasta-namen die niet op een “i” eindigden. In een vervolg-experiment herhaalden de onderzoekers de onderzoeks­opzet, doch in plaats van pasta-namen werden deelnemers gevraagd te bedenken wat je allemaal met een baksteen kunt doen. Deze ideeën werden op originaliteit gescoord. Wederom bleek dat mensen in de oog-hand coördinatie groep creatiever waren. Dijksterhuis en Meurs (2006) conclu­deerden hieruit dat een incubatieperiode waarin je bewust denkt aan het probleem weinig voordelen oplevert. Juist het hebben van enige afleiding tijdens de incubatieperiode zorgt ervoor dat je creati­viteit vervolgens omhoog gaat.

Een incubatieperiode, of enige afstand van het probleem nemen, wordt soms omgezet in het advies er een nachtje over te slapen. Hoe vaak besluiten mensen niet, als ze ergens niet uitkomen, dat ze even moeten laten rusten om het na een goede nacht slaap weer op te pakken?

Het lijkt erop dat slaap voor creativiteit bevorderlijk kan uitpakken. Uit een studie van Cai en collega’s (2009) bleek wederom dat als mensen een incubatieperiode hebben, zij vervolgens creatiever zijn. Maar deze onderzoekers waren ook benieuwd wat het effect van een dutje zou zijn op de creativiteit van hun proefpersonen. De deelnemers aan het onderzoek deden eerst een creatieve taak en gingen toen uitrusten of slapen. Het bleek dat vooral de mensen die in een REM-slaap (rapid eye movement) waren gekomen, vervolgens creatiever waren. Het lijkt er dus op dat een incubatieperiode creativiteit stimuleert omdat mensen dan nieuwe associaties kunnen leggen tussen concepten. Dit leidt er vervolgens toe dat zij problemen creatiever kunnen oplossen.

Alles samengenomen lijkt er dus behoorlijk wat steun voor de gedachte dat creativiteit wordt bevordert als men afstand neemt, afleiding zoekt, het onder­bewuste z’n gang laat gaan en een incubatieperiode inlast. Maar staat dit niet op de robuuste en in het vorige hoofdstuk besproken bevinding dat menselijke creativiteit baat heeft bij (meer bewuste) volharding?  We denken van niet en verwachten dat toekomstig onderzoek zal uitwijzen dat afstand nemen en incubatie behulpzaam zijn met name die situaties, waarin een creatief inzicht – de eureka-ervaring – gevraagd wordt. Juist wanneer creativiteit ook een kwestie van verdere uitwerking van en voortbouwen op een eerste intuïtie of idee, dan zou meer bewuste volharding en gerichte focus op de taak weleens zinvoller kunnen blijken te zijn, dan één en ander over te laten aan het onbewuste.
 


Meer inspiratie over creativiteit op het werk?

Om de dinsdag posten we op Facebook een bruikbare tip, handig weetje of inspirerende frase uit het boek over creativiteit.

Thema's

Onderwerpen

Reageren

Over NSvP

De NSvP is een onafhankelijk vermogensfonds, dat zich inzet voor een menswaardige toekomst van werk. Wij stellen de vraag hoe de arbeidsmarkt van morgen er uit ziet en wat dat vraagt van de talent-ontwikkeling van jongeren en werkenden.

Rijnkade 88
6811 HD Arnhem
info@nsvp.nl
026 - 44 57 800

logo footer

Vind ons op Facebook
Volg ons