Veranderende percepties op kennisontwikkeling

17 november 2011 12:20 - 
Lenneke Vaandrager

Lang stond innovatie gelijk aan het opnemen in de praktijk van nieuwe wetenschappelijke kennis. Het denken over kennistransfer is de laatste jaren echter veranderd. In dit artikel aandacht voor de basale vragen: wat is kennis? Hoe ontstaat nieuwe kennis? En wordt ontwikkelde kennis eigenlijk wel toegepast?

Zender-ontvanger-model schiet tekort
Voorheen werd kennistransfer planmatig en lineair benaderd. Kennis werd ontwikkeld binnen de wetenschap en daarna door kenniscentra ‘vertaald’ voor de praktijk in de vorm van methodieken, richtlijnen en handboeken. Het idee hierbij was dat implementatie van nieuwe ‘kennisproducten’ in hoge mate stuurbaar was. Het blijkt echter dat deze kennisproducten vaak niet worden gebruikt zoals ze bedoeld zijn en niet aansluiten bij de kenniswensen en -behoeften van de praktijk. Ook is de wetenschap vaak te traag en betwijfelen gebruikers het nut van de nieuwe kennis voor de praktijk. En veel innovaties in het bedrijfsleven zijn tot stand gekomen zonder wetenschappelijke bemoeienis.

Iedereen produceert kennis
De planmatige benadering van kennistransfer heeft dus beperkingen. Het alternatief daarvoor is een interactief proces waarin onderzoekers, kenniscentra en praktijkprofessionals allen vormgeven aan kennisproducten. Dan zijn naast wetenschappelijke kennis ook andere vormen van kennis van belang. Voor succesvolle innovaties zijn daarom vooral het uitwisselingsproces en het samen leren belangrijk. Om dit goed te kunnen begrijpen, moeten we eerst begrijpen wat kennis precies is.

Wat is kennis?
Kennis is meer dan alleen feitenkennis. Het is het product van informatie, ervaring, vaardigheid en attitude. Kennis bestaat dan uit diverse pakketjes informatie die pas kennis worden als hieraan op basis van eerdere ervaringen betekenis wordt gegeven. Kennisuitwisseling is dan een interactief leerproces en kenniscreatie is een continue dialoog tussen verschillende partijen.

Drie soorten kennis
Er bestaan drie typen kennis. Het eerste type, instrumentele kennis, is veelal goed geformaliseerd, door wetenschappelijk onderzoek gevalideerd en expliciet van aard. Deze kennis is tijd- en plaatsonafhankelijk. Het gaat bijvoorbeeld om een cursus of een instrument. Het tweede type, informele kennis of praktijkkennis, zit in de hoofden van mensen. Bijvoorbeeld: hoe kun je met bepaalde werknemers het beste omgaan, of de kennis dat een aanpak in bedrijf X nooit zal landen vanwege de heersende cultuur. Deze informele kennis is impliciet van aard en wordt opgedaan door ‘te doen’ of door ervaringen uit te wisselen met een collega. Het derde type is reflexieve kennis, die ontstaat door te reflecteren op sociale structuren en machtsverhoudingen. Het is een analyse van de sociale situatie en de daardoor ontstane kennis wordt ingezet om de situatie te verbeteren. Dit soort kennis wordt door alle betrokkenen gegenereerd.

Instrumenteel of interactief?
Vaak krijgt de expliciete wetenschappelijke kennis meer aandacht en een hogere status toebedeeld dan de impliciete of reflexieve kennis. Er bestaat een academische traditie en er zijn financiering en publicatiemogelijkheden beschikbaar. De kennisuitwisseling is vaak pas achteraf en instrumenteel in de vorm van rapporten en richtlijnen. Informele en reflexieve kennis wordt weinig meegenomen, terwijl deze typen kennis wel van belang zijn voor kenniscreatie en het innovatieproces. Daarom wint een pull-benadering steeds meer terrein. Hierbij staat de vraag van de eindgebruiker centraal en is er vooral sprake van een intermenselijke vorm van kennisoverdracht. Dit is de actieve variant van kennisuitwisseling. Er wordt vooral geleerd via face-to-face communicatie en laagdrempelige ontmoetingen.

Samenwerken en co-creëren van kennis
Uit het voorgaande blijkt dat kennis dynamisch is en ontstaat in interactie. Kennis vermenigvuldigt zich als je haar deelt en wordt bruikbaar als wetenschappers, kenniscentra en eindgebruikers gezamenlijk wetenschappelijke, praktijk- en reflexieve kennis opbouwen. Een belangrijke functie die dus ergens verankerd moet zijn, is het organiseren van deze interactie en samenwerking. Om daadwerkelijk gebruik van kennis te bevorderen, zijn verbindingen en dialoog tussen de diverse partijen nodig.

Dr. Lenneke Vaandrager is onderzoeker aan de Universiteit van Wageningen, Leerstoelgroep Gezondheid en Maatschappij. Relevante publicaties:

  • Vaandrager et al (2010). De kennisinfrastructuur van de Openbare Gezondheidszorg. Vorm en functioneren. Den Haag: ZonMw.
  • Vaandrager, L.; Wagemakers, A.; Saan, H. (2010). Evidence in gezondheidsbevordering. Tijdschrift voor Gezondheidswetenschappen 88 (5). - p. 270 - 276.
Thema's: 
Onderwerpen: 

Reageren

Geef de karakters in die u in de afbeelding ziet. (verify using audio)
Neem de tekens uit het bovenstaande figuur over. Waneer de tekens niet duidelijk zijn, kunt u het formulier verzenden om een nieuw figuur weer te geven. De tekens zijn niet hoofdlettergevoelig.

NSvP
Rijnkade 88
6811 HD Arnhem

Tel: 026-4457800
Fax: 026-4439222